Västgötaspets rasstandaard

GOEDGEKEURD DOOR DE RAAD VAN BEHEER OP KYNOLOGISCH GEBIED IN NEDERLAND op: 20-08-2009

ORIGINE: Zweden.

DATUM PUBLICATIE HUIDIGE STANDAARD: 26.03.2009.

GEBRUIK: Hoedende Heeler.

KLASSIFICATIE F.C.I.: Groep 5 Spits- en oertypes
Sectie 3 Noorse Waakhonden en Herders. Zonder werkproef
KORT HISTORISCH OVERZICHT: De Zweedse Vallhund wordt beschouwd een authentiek Zweeds ras te zijn hoewel er nog steeds onzekerheid bestaat evenals zijn verwantschap met het type als de Welsh Corgi. Of de Vikingen brachten Corgi-achtige honden mee terug van de Britse Eilanden naar Zweden of Västgötaspets-achtige honden gingen van Zweden naar Brittannië wat is waar wat niet het zal nooit worden opgelost. Maar recent onderzoek wijst uit dat de Västgötaspets van Zweedse origine is. Ongeacht het ras zijn afkomst, is zijn erkenning toe te schrijven aan Graaf Björn von Rosen. In de vroege jaren 1940 kreeg von Rosen te horen dat dit oude type herdershond nog steeds bestond en onderzoek vond plaats in de provincie West Gotha. Met name in de vlaktes van Vara werden exemplaren van een homogeen type teruggevonden; klein in aantal maar genoeg om met fokken te beginnen. Het rastype was goed vastgelegd zonder verlies van de werkvaardigheid.

ALGEMEEN BEELD: Klein, laag op de benen en stoer. Voorkomen en expressie duiden op een waakzame, alerte en energieke hond.

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN: Verhouding schofthoogte tot lichaamslengte 2:3. De hoogte van het laagste punt van de borst tot de grond nooit minder dan 1/3 van de schofthoogte.

GEDRAG/TEMPERAMENT: Waakzaam, energiek, onbevreesd en alert.

HOOFD: Droog besneden en tamelijk lang. Schedel en neusrug parallel.

SCHEDELGEDEELTE: Zowel van boven als opzij gezien, matig breed en gelijkmatig toelopend richting neus.
Schedel: Bijna vlak.
Stop: Goed afgetekend.

AANGEZICHT GEDEELTE:
Neus: Zwart.
Voorsnuit: Van opzij tamelijk stomp van vorm en slechts iets korter dan de schedel.
Lippen: Goed passend en nauw aansluitend.
Kaken/Gebit: Onderkaak tamelijk stomp gevormd en sterk, maar niet prominent. Perfect en regelmatig schaargebit, compleet met gelijkmatig en goed ontwikkelde tanden.
Ogen: Middelgroot, ovaal gevormd en donker bruin.
Oren: Middelgroot, puntig, staand, oorschelp is hard van basis tot punt, gladharig en beweeglijk. Oorlengte iets meer dan de breedte aan de basis.

HALS: Lang en sterk bespierd met goed bereik.

LICHAAM
Bovenbelijning: Rug recht, goed bespierd.
Lendenen: Kort, breed en sterk.
Croupe: Breed en licht hellend.
Borst: Lang met goede diepte. Tamelijk goed gewelfde ribben. Van voor gezien is de borst ovaal, van opzij ellipsvormig. Het reikt tot 2/5de van de voorbeenlengte, van opzij ligt het laagste punt van de borst direct achter de achterkant van de elleboog. Voorborst zichtbaar maar niet overdreven.
Onderbelijning en buik: Buik licht opgetrokken.

STAART: Twee staarttypes komen voor, lang en alle varianten van een natuurlijk korte staart. In beide gevallen zijn alle variaties in dracht toegestaan omdat er geen regel is voor dracht.

BENEN: Met sterk bot.

VOORHAND:
Schouders: Lang en teruggelegen in een hoek van 45° met het horizontale vlak.
Opperarm: Iets korter dan de schouder en met een duidelijke hoeking. Opperarm ligt dicht tegen de ribben maar is nog altijd zeer mobiel.
Bovenarm: Van voor gezien, licht gebogen, net genoeg om bewegingsvrijheid te geven ten opzichte van het onderste van de borst.
Middenhand (Gewricht): Veerkrachtig.

ACHTERHAND: Van achter gezien parallel.
Dijen: Breed en sterk bespierd.
Knie: Goed gehoekt.
Onder dij: Slechts iets langer dan de afstand van hak tot grond.
Hak gewricht: Goed gehoekt.
Middenvoet (Enkel): Van matige lengte.

VOET: Middelgroot, kort, ovaal, recht naar voren wijzend met sterke zolen, stevig gesloten en goed geknookt.

GANGEN/BEWEGING: Zuiver, met goed uitgrijpen en stuwing.

VACHT

HAAR: Bovenvacht van matige lengte, hard, dicht en tegen het lichaam gelegen, ondervacht is zacht en zeer dicht. De vacht is kort op hoofd en voorkant benen, mag langer zijn op hals, keel, borst en achterkant achterbenen.

KLEUR: Grijs, grijsachtig bruin, grijsachtig geel, roodachtig geel of roodachtig bruin. Lichter haar in dezelfde kleurschakering als hierboven genoemd kan worden gezien op de voorsnuit, keel, borst, buik, broek, voeten en hakken. Donkerder dekhaar zichtbaar op rug, hals en zijkant lichaam. Lichtere aftekeningen op schouder, zogeheten harnasaftekening, en lichte wangaftekening zijn hoogst wenselijk.
Wit is toegestaan in een kleine hoeveelheid als een smalle bles, halsvlek of dunne kraag. Witte aftekeningen zijn toegestaan op de borst, voor- en achterbenen, maar witte sokken mogen niet reiken tot boven de bovenste helft van het been.

GROOTTE EN GEWICHT:
Schofthoogte: Reuen 33 cm (ideale hoogte)
Teven: 31 cm (ideale hoogte)
Een tolerantie van 2 cm naar boven of 1 cm onder deze hoogtes is toegestaan.

FOUTEN: Elke afwijking van het voorgaande moet worden gezien als een fout en de zwaarte ervan moet in verhouding staan tot de ernst en het effect op de gezondheid en het welzijn van de hond.
· Te laag bij de grond.
·
· Stop niet goed afgetekend.
·
· Spitse voorsnuit.
·
· Gemis van twee P1 of een P2.
·
· Lichte ogen verkeerde expressie gevend.
·
· Oren te laag aangezet.
·
· Borst te diep of te ondiep.
·
· Te breed in front.
·
· Steile schouders.
·
· Te kort opperarm.
·
· Overhoekte achterhand.
·
· Gemis aan harnas- of wangaftekening.
·

ERNSTIGE FOUTEN:
· Korte of ronde schedel.
·
· Korte voorsnuit.
·
· Onderontwikkelde onderkaak.
·
· Tanggebit.
·
· Gemis van molaren (M3 niet meegeteld).
·
· Ronde rug.
·
· Zachte vacht en afstaande vacht.
·
· Vacht te kort of te lang.
·
· Gemis aan ondervacht.
·
· Hoeveelheid wit meer dan 30% van de basiskleur.
·
· Hoogte ernstig afwijkend van het ideaal.
·

DISKWALIFICERENDE FOUTEN:
· Agressief of schuw.
·
· Over- of onderbijtend gebit.
·
· Blauwe ogen, enkel of beiderzijds.
·
· Hangende oren of halfstaande oren.
·
· Lange, gekrulde vacht.
·
· Zwart, wit, leverbruin of blauwe vachtkleur.
·

Elke hond die duidelijke fysieke- of gedragsabnormaliteiten vertoont zal worden gediskwalificeerd.